Bier

Ontslag op staande voet na alcohol onder werktijd

Gepubliceerd op 31 maart 2016

In bepaalde omstandigheden kan het gerechtvaardigd zijn om een werknemer op staande voet te ontslaan als hij alcohol drinkt onder werktijd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak in hoger beroep gedaan over dit onderwerp.

Alcoholgebruik

De werknemer was al tientallen jaren in dienst bij de werkgever als automonteur. In 2011 en 2012 is echter meerdere keren geconstateerd dat de monteur alcohol dronk onder werktijd. Ook nadat de werknemer hierop is aangesproken wordt alcoholgebruik gedurende werktijd geconstateerd.

Beëindigingsovereenkomst

De werknemer en de werkgever hebben hierover een gesprek gehad. In dit gesprek heeft de werkgever een beëindigingsovereenkomst voorgelegd aan de werknemer. In deze overeenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst per 1 september 2012 zou worden beëindigd. De beëindigingsovereenkomst is door beide partijen ondertekend.

Misbruik van omstandigheden

Naderhand trekt de werknemer zijn instemming met de beëindigingsovereenkomst terug. Hij voert aan dat hij last heeft van psychische problemen en dat de werknemer misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden. Deze intrekking is door de kantonrechter als rechtsgeldig verklaard.

Behandeling

De werknemer heeft daarom zijn werkzaamheden bij de autogarage weer hervat nadat hij behandeld is voor een alcoholverslaving. Daarbij is door de werkgever aan de werknemer kenbaar gemaakt dat de werknemer op staande voet zal worden ontslagen in het geval er weer sprake is van alcoholgebruik onder werktijd.

Ontslag op staande voet

De verslavingsbehandeling bleek niet geheel succesvol: op 20 juni 2013 is opnieuw alcoholgebruik onder werktijd geconstateerd. De werknemer is naar huis is gestuurd en per brief op 21 juni 2013 op staande voet ontslagen. Overigens kreeg de werknemer op weg naar huis een auto-ongeluk met letsel waardoor hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Na ontslag uit het ziekenhuis is de werknemer bijna een maand opgenomen geweest in een kliniek van Verslavingszorg Noord-Nederland.

Vordering van doorbetaling

De ontslagen werknemer vordert doorbetaling van zijn loon vanaf 20 juni 2013. Hij beargumenteert dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter is het in mei 2014 met hem eens: de loonvordering wordt toegewezen. Volgens de kantonrechter had Wensink in de omstandigheden van het geval niet voor de zwaarste sanctie van een ontslag op staande voet moeten kiezen.

Oordeel gerechtshof

Het hof oordeelt in hoger beroep echter anders. Volgens het hof was ontslag op staande voet in dit geval gerechtvaardigd, en wel om de volgende drie redenen:

  • Vóór 20 juni 2013 was al verschillende keren geconstateerd dat de werknemer alcohol dronk onder werktijd. Hij is hierop aangesproken waarbij de intentie van ontslag op staande voet aanwezig was. Deze intentie is op dringend verzoek van de werkgever echter omgezet in een beëindigingsovereenkomst, die later is vernietigd door de werknemer.
  • De werkgever heeft per brief uitdrukkelijk te kennen gegeven dat een nieuwe constatering van alcoholgebruik onder werktijd zal leiden tot ontslag op staande voet. De werknemer heeft niet geprotesteerd tegen deze brief.
  • Naast het feit dat een werkgever er vanuit mag gaan dat een werknemer geen alcohol drinkt onder werktijd, geldt voor monteurs een extra veiligheidsaspect. Een automonteur moet immers regelmatig proefritten maken in auto’s van klanten.

Ontslagrecht advocaat

Volgens het hof is de automonteur dus terecht op staande voet ontslagen. Wil je meer informatie over ontslag op staande voet of ontslag in het algemeen? Neem dan contact op met een ervaren ontslagrecht advocaat van Advocatenkantoor Van Ruyven.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-01-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:139


Deel dit artikel

Recente berichten