Koffertje op Prinsjesdag

Maatregelen voor auto, woning en planning in 2016

Gepubliceerd op 24 september 2015

In de Prinsjesdagspecial van Ooms & Partners staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2016 en aanvullende wetsvoorstellen voor u op rij. Advocatenkantoor Van Ruyven publiceert de belangrijkste onderwerpen uit de special:

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 janu­ari 2016 in werking treden, tenzij anders ver­meld.

Maatregelen voor de auto

Dit zijn de autogerelateerde maatregelen voor 2016.

Einde optie jaar-mrb ineens te betalen

Vanaf 1 juli 2016 zal het niet meer mogelijk zijn om de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor een heel jaar in één keer te betalen. Deze mogelijkheid tot jaarbetaling is een uitzondering op het standaardproces. Vanaf 1 juli 2016 zal men per tijdvak van drie maanden vooruit kunnen betalen. Ook is en blijft het mogelijk om de mrb maandelijks te laten afschrijven.

Let op: deze wijziging heeft geen gevolgen voor gedane jaarbetalingen tot en met 30 juni 2016. Jaarbetalingen die tot en met 30 juni 2016 zijn gedaan, blijven geldig voor de resterende duur van de betaalde periode.

Minder opcenten voor buitenlander

Buitenlandse houders van een auto of ander motorrijtuig worden op grond van de Provinciewet geacht te wonen in de provincie die de hoogste provinciale opcenten heeft als zij zijn onderworpen aan de mrb. De rechter heeft deze bepaling dit jaar onverbindend verklaard omdat zij in strijd is met het Europees recht. Daarom wordt de Provinciewet zo aangepast, dat buitenlandse mrb-plichtigen worden geacht te wonen in de provincie die het laagste aantal opcenten heeft.

Maatregelen voor de eigen woning

Dit zijn de woninggerelateerde maatregelen voor 2016.

Vereenvoudiging informatieplicht eigen-woningschuld

Belastingplichtigen die hun hypotheekschuld niet bij de bank of een andere aangewezen administratieplichtige hebben ondergebracht, hoeven vanaf 2016 geen apart formulier meer in te vullen. Er wordt in de aangifte naar gevraagd. Het aangifteproces wordt verder vergemakkelijkt door de eerder opgegeven gegevens voor in te vullen in de aangifte van het jaar erop.

Aflossingseis wordt verzacht

Belastingplichtigen moeten sinds 1 januari 2013 annuïtair aflossen op hun eigenwoningschuld. In bepaalde gevallen, zoals betalingsachterstanden of onbedoelde fouten mag worden afgeweken. Maar indien die aflossingsachterstand niet op tijd wordt ingehaald gaat de schuld over naar box 3 en kwalificeert definitief niet meer als eigenwoningschuld. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 wordt die aflossingseis verzacht. Als de bestaande of nieuwe schuld weer aan de eisen voldoet is hij weer aan te merken als eigenwoningschuld.

Wijziging vrijstelling polis eigen woning I

Voor de zogenoemde Brede Herwaarderings-polis, kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW), en beleggingsrecht eigen woning (BEW) geldt een vrijstelling per belastingplichtige. Om bij fiscaal partnerschap een dubbele vrijstelling te benutten moesten beide partners als begunstigde in de polis opgenomen zijn. Dat bleek vaak niet het geval. Om de vrijstelling gemakkelijker te kunnen benutten is dat met ingang van 1 januari 2016 mogelijk met een verzoek bij het indienen van de aangifte.

Tip: ook voor gevallen voor 1 januari 2016 kan een verzoek ingediend worden. Dit wordt per besluit geregeld.

Wijziging vrijstelling polis eigen woning II

De zogenoemde imputatieregeling die bedoeld is om — ongeacht het aantal uitkeringen — een maximale vrijstelling voor een Brede Herwaarderingspolis toe te passen, is aangepast om een lek te repareren waardoor in bepaalde gevallen bij een SEW en een BEW een vrijstelling is te benutten zonder dat dit in aftrek kwam op de maximale vrijstelling. 

Rekening houden met tegengestelde belangen WOZ waarde

De WOZ waarde wordt in steeds meer regelingen als uitgangspunt genomen. Hierdoor krijgen ook anderen belang bij de WOZ waarde, dan degene die de beschikking ontvangt. Een voorbeeld daarvan is de aanpassing het woning-waarderingsstelsel waardoor de maximale huurprijs mede bepaald wordt door de WOZ waarde van de woning. De wet WOZ wordt zo gewijzigd dat bij een bezwaar rekening gehouden wordt met belangen van huurder en verhuurder.

Maatregelen voor financiële planning

Dit zijn de planninggerelateerde maatregelen voor 2016.

Stiefkind jonger dan 27 jaar kwalificeert niet als partner

Een kind jonger dan 27 jaar kan niet kwalificeren als partner van zijn vader of moeder. Deze uitzondering geldt niet voor stiefkinderen jonger dan 27 jaar, omdat de uitzondering uitsluitend geldt voor bloedverwantschap. Om bloed- en aanverwanten in het partnerbegrip hetzelfde te behandelen wordt in de wet opgenomen dat de aanverwant in de eerste graad van de belastingplichtige op verzoek niet als partner kwalificeert, tenzij beiden bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt.

Nog een uitzondering op partnerbegrip

Ook twee personen die worden gehuisvest in een opvanghuis met een kind van een van beiden, worden niet langer als partner aangemerkt voor de toeslagen én de inkomstenbelasting. Er wordt op dit punt een uitzondering gemaakt op het partnerbegrip, omdat het een groep kwetsbare personen betreft die geen zeggenschap heeft over de specifieke woning waarin zij worden geplaatst.

Erfpachtleaseconstructie wordt minder aantrekkelijk

In de praktijk wordt als financieringsstructuur of voor de vervreemding van beleggingsvastgoed vaak gebruik gemaakt van de zogenoemde erfpachtlease in plaats van een `safe-and-lease-back’. Voor de overdrachtsbelasting kan namelijk, door het gebruik van de rechtsfiguur erfpachtlease, heffing worden vermeden die bij een ‘sale-and-leaseback’ wel verschuldigd zou zijn. Deze economische vergelijkbare gevallen worden voortaan fiscaal gelijk behandeld. Het is dan ook niet meer mogelijk om de grondslag waarover in geval van verkoop met gelijktijdige vestiging van een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal te verminderen met de gekapitaliseerde waarde van de erfpacht canon of retributie.

Afkoop lijfrente zonder toepassing minimumwaarderingsregel

Bij afkoop van een lijfrente in de opbouwfase wordt uitgegaan van de minimumwaarderingsregel. De voor de belastingheffing in box 1 in aanmerking te nemen waarde wordt dan minimaal gesteld op het totaal van de eerder voor de aanspraak betaalde premies en andere bedragen. Wanneer de waarde van de lijfrente aanzienlijk lager is dan het bedrag van de in aftrek gebrachte premies, kan de verschuldigde belasting het door de verzekering uitgekeerde bedrag overstijgen. Om die reden wordt vanaf 1 januari 2016 ook in de inkomstenbelasting niet langer gewerkt met de minimumwaarderingsregel.

Let op: in gevallen waar de termijn voor ambtshalve vermindering nog niet is verlopen, kan vooruitlopend op de aanpassing van de wet, een tegemoetkoming worden verleend voor afkopen die zijn gedaan voor 1 januari 2016.

Uitgaven buitenlandse monumentenpanden aftrekbaar

Met ingang van 1 januari 2016 is ook aftrek van uitgaven voor monumentenpanden toegestaan voor monumentenpanden die op het grondgebied van een andere EU-lidstaat of EER-staat is gelegen. Hierbij geldt onder meer de eis dat het monumentenpand een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed.

Tot € 100.000 belastingvrij schenken voor de eigen woning

De vrijstelling voor eenmalige schenkingen — van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar —voor de eigen woning wordt definitief verhoogd en verruimd. Vanaf 1 januari 2017 mag iedereen tussen 18 en 40 jaar maximaal 100.000 vrij van schenkbelasting schenken aan een familielid of aan een derde.

Let op: in 2016 geldt nog steeds een eenmalige verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar. Wel stijgt de vrijstelling in 2016 van € 52.000 naar € 53.016.

Kinderalimentatieverplichting uitgezonderd van box 3

Met de invoering van de Wet hervorming kindregelingen (WIJK) is de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen per 1 januari 2015 komen te vervallen. Als gevolg hiervan valt een kinderalimentatieverplichting niet langer onder de uitsluiting in box 3 van verplichtingen, die kunnen leiden tot uitgaven die geclaimd kunnen worden als persoonsgebonden aftrekpost. Hierdoor wordt het recht op kinderalimentatie niet, maar de verplichting wel in aanmerking genomen. Daarom zijn verplichtingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn die rechtstreeks uit het familierecht voortvloeien vanaf 2017 uitgezonderd van box 3.

Vanaf 2017 nieuwe heffingssystematiek in box 3

Onder de huidige regeling wordt de belasting in box 3 van de inkomstenbelasting met een vast forfaitair rendement van 4%. Vanaf 2017 wordt het forfaitaire rendement gebaseerd op de gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen (de vermogensmix) in combinatie met een in het verleden in de markt gerealiseerd rendement op beide componenten. Het vermogen van elke belastingplichtige wordt verdeeld over drie schijven. Per schijf geldt een gemiddelde vermogensmix die gebaseerd is op de feitelijke gegevens uit alle belastingaangiften over het kalenderjaar 2012. De vermogensmix zal achteraf worden geëvalueerd om te beoordelen of deze nog aansluit bij de realiteit of aanpassing behoeft. Vervolgens wordt op basis van werkelijk gerealiseerde marktrendementen in het verleden een gemiddeld rendement toegerekend aan het spaardeel (1,63%) en het beleggingsdeel (5,5%) in de vermogensmix. Na vermenigvuldiging met het tarief van 30 komt men uit op het te betalen belasting in box 3.

Let op: voor buitenlandse belastingplichtigen met een bepaald box 3-vermogen in Nederland zal hetzelfde forfaitaire rendement worden toegepast als voor binnenlandse belastingplichtigen met een even groot box 3-ver-mogen.

Raming forfaitaire rendement in 2017

In onderstaande tabel ziet u het forfaitaire rendement per schijf (marginaal en per persoon) conform de raming in 2017

Schijf Box 3 vermogen Rendement
1e € 0 – € 100.000 2,9%
2e € 100.000 – € 1 mln 4,7%
3e € 1 mln of meer 5,5%

Heffingvrije vermogen stijgt naar € 25.000

Het heffingvrije vermogen van € 21.330 (bedrag in 2015) gaat met ingang van 1 januari 2017 omhoog naar € 25.000 per persoon. Fiscale partners mogen net als nu kiezen hoe zij het gezamenlijke box 3-vermogen na aftrek van tweemaal het heffingvrije vermogen van € 25.000 (in 2017), onderling verdelen. Als geen keuze kan worden gemaakt, wordt bij beide partners automatisch de helft van de grondslag in aanmerking genomen. Anders dan nu, kan de verdeling van de grondslag vanaf 2017 wel invloed hebben op de belastingdruk in box 3, namelijk wanneer een schijfgrens wordt overschreden.

Let op: een 50:50-toerekening is altijd voordelig voor de belastingdruk in box 3 als partners met de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen een schijfgrens overschrijden.

Meer informatie over de belastingplannen voor auto, woning en planning in 2016? Neem contact op met Advocatenkantoor Van Ruyven.


Deel dit artikel

Recente berichten