Eindejaarstips

105 fiscale eindejaarstips voor ondernemers en werkgevers

Gepubliceerd op 10 december 2015

Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor sommige zaken kunt u niet wachten tot 2016, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Met dank aan Drs. M.A.H.G.M. Ooms van Ooms & Partners Accountants staan in dit artikel 105 eindejaarstips, verdeeld over de volgende onderwerpen:

  • Tips voor alle ondernemers (1-8)
  • Tips voor vennootschappen en DGA’s (9-26)
  • Tips voor IB ondernemers (27-38)
  • Tips over BTW (39-52)
  • Tips voor werkgevers (53-77)
  • Tips over autobezit en lease-auto’s (78-87)
  • Tips voor estate planning / privé (88-105)

ALLE ONDERNEMERS

1. Ruim oude administratie op

In beginsel kunt u de administratie over 2008 en eerdere jaren in beginsel weggooien na 31 december 2015 als uw boekjaren de kalenderjaren volgen. De wettelijke bewaartermijn voor de administratie is namelijk zeven jaar. Het begrip administratie moet u overigens ruim opvatten. De fiscus ziet alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing als onderdeel van de administratie. Daarbij valt te denken aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Documenten zoals aktes, pensioen- en lijfrentepolissen en dergelijke mag u uiteraard niet weggooien.

Let op: Voor de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken geldt een bewaartermijn van negen jaar. Dit is vooral van belang als u heeft gekozen voor een btw-belaste levering.

2. Houd rekening met vervallen RDA

De S&O-afdrachtvermindering en de Research & Development Aftrek (RDA) worden vanaf 1 januari 2016 samengevoegd tot één regeling op grond van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO). Vanaf dat moment verdwijnt de RDA en bestaat de S&O-afdrachtvermindering uit één grondslag voor alle S&O-kosten. Dat zijn dus niet alleen de loonkosten, maar ook andere kosten en uitgaven voor S&O.

Tip: Als u per 1 januari 2016 met S&O-werkzaamheden begint, doet u er goed aan de website van RVO.nl in het oog te houden. RVO.nl zal het aanvraagprogramma voor de nieuwe geïntegreerde regeling tijdig openstellen, zodat aanvragen met als startmaand 1 januari 2016 uiterlijk eind november 2015 zijn in te dienen.

3. Grote uitgaven in 2016? Vorm een voorziening

Als u in 2016 bepaalde (grote) uitgaven gaat doen, kan het verstandig zijn om nu al hiervoor een voorziening te vormen. U kunt echter alleen een voorziening vormen voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2015. Bovendien moeten de feiten en omstandigheden zijn toe te rekenen aan die periode. Daarnaast moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken.

4. Stop met het opzetten van erfpachtleaseconstructies

De zogeheten erfpachtlease wordt in de praktijk vaak gebruikt als financieringsstructuur of voor de vervreemding van beleggingsvastgoed in plaats van de ‘sale-and-leaseback’. In beginsel is namelijk onder de huidige wetgeving overdrachtsbelasting verschuldigd bij een ‘sale-and-leaseback’, maar niet bij het gebruik van de rechtsfiguur van erfpachtlease. Deze economische vergelijkbare gevallen zullen per 1 januari 2016 fiscaal gelijk worden behandeld. Het is daardoor niet meer mogelijk om de grondslag bij een verkoop met gelijktijdige vestiging van een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal te verminderen met de gekapitaliseerde waarde van de erfpacht canon of retributie.

5. Zorg voor tijdige herinvestering

Als u in 2012 met de boekwinst van een bedrijfsmiddel een herinvesteringsreserve hebt gevormd, moet nog dit jaar een herinvestering plaatsvinden. Laat u dat achterwege, dan valt de reserve in beginsel vrij in de winst en moet u hierover belasting betalen.

Tip: Als de aanschaf van het vervangend bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden, kunt u de Belastingdienst verzoeken om de driejaartermijn te verlengen. In dat geval moet u wel kunnen aantonen dat een begin is gemaakt aan de vervanging.

6. Pas op begaan van onrechtmatige daad

De ontvanger mag vanaf 1 januari 2016 de maatregel van lijfsdwang ook toepassen in een geval van civiele schadevordering op grond van onrechtmatige daad ter inning van een belastingschuld. Dat is nu alleen mogelijk voor de invordering van belastingschulden. De ontvanger zal bovendien lijfsdwang kunnen toepassen bij iemand die feitelijk beleidsbepalend is, maar geen bestuurder.

7. Doe mee met massaal bezwaar

Het kabinet wil de massaal bezwaarprocedure eenvoudiger en doeltreffender maken zodat men deze vaker zal benutten. Zo wordt de procedure versneld doordat de Tweede Kamer alleen nog wordt geïnformeerd. Publicatie en de invoering van een bezwaarformulier of webmodule vereenvoudigen het indienen van het bezwaar. De massaal bezwaarprocedure kan nog sneller worden doorlopen door een prejudiciële vraag te stellen. Ongeacht hoe de rechtsvraag wordt beantwoord, doet de inspecteur collectief uitspraak op bezwaar. Belastingplichtigen kunnen niet meer om een individuele uitspraak vragen.

Let op: Heeft u ook op andere punten bezwaar gemaakt, dan zal de fiscus die individueel afhandelen.

8. Stel prejudiciële vraag op

Vanaf 1 januari 2016 kunt u in een fiscale procedure de belastingrechter verzoeken een rechtsvraag voor te leggen aan de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing. Maar dit is alleen mogelijk als uw rechtsvraag in een groot aantal vergelijkbare zaken een rol zou kunnen spelen. Wees dus zorgvuldig in het opstellen van de rechtsvraag. De Hoge Raad zal beslissen of uw vraag zich inderdaad leent voor een prejudiciële beslissing. De belastingrechter kan andere lopende procedures, waarbij dezelfde rechtsvraag speelt, aanhouden in afwachting van het antwoord.

Tip: Andere belanghebbenden of deskundigen kunnen eventueel hun mening over uw rechtsvraag toelichten.

VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S

9. Laat Belgische bvba voldoen aan substance-toets

Als een buitenlands lichaam, bijvoorbeeld een Belgische bvba, een aanmerkelijk belang (minstens 5%) houdt in een Nederlandse bv, zijn de dividenden en vervreemdingsvoordelen uit die bv onder voorwaarden belast bij die bvba. Deze situatie doet zich voor als de bvba het aanmerkelijk belang houdt met als een van de voornaamste doelen het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting. Nu geldt deze regeling niet als het belang behoort tot het ondernemingsvermogen. Vanaf 2016 moet men echter in alle gevallen toetsen of het belang wordt gehouden met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van belastingheffing. Bovendien moet men toetsen of de structuur is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Bij zakelijkheid is de bepaling niet van toepassing.

Let op: De zakelijkheid zal worden vastgesteld aan de hand van de zogeheten substance-eisen. Als het buitenlandse lichaam zelf of via een tussenvennootschap een materiële onderneming drijft en het aanmerkelijk belang ook functioneel tot het ondernemingsvermogen is te rekenen, is er niets aan de hand.

10. Let op ab-claim bij emigratie

Als u een aanmerkelijk belang bezit en plannen heeft om te emigreren, houd dan rekening met de conserverende aanslag die u krijgt opgelegd over de waardegroei van het aanmerkelijk belang in de periode waarin u in Nederland woonde. Tot voor kort werd deze aanslag kwijtgescholden tenzij u bijvoorbeeld binnen tien jaar na uw vertrek uw aandelen vervreemdde of 90% of meer van alle winstreserves van uw bv kreeg uitgekeerd. Door een wetswijziging blijft de conserverende aanslag voortaan voor onbepaalde tijd openstaan en wordt niet meer kwijtgescholden. Daarnaast moet u bij iedere winstuitkering naar rato belasting betalen.

Let op: Het vervallen van de kwijtschelding geldt alleen bij emigraties die plaatsvinden vanaf het tijdstip van publicatie van het Belastingplan 2016 op 15 september 2015 om 15.15 uur. Voor emigraties die hebben plaatsgevonden vóór dat tijdstip, blijft de oude regeling gelden.

11. Vraag omzetting van ab-verlies in belastingkorting

Als u nog een verlies uit aanmerkelijk belang heeft openstaan, terwijl u al vóór 2014 uw aanmerkelijk belang heeft vervreemd, dreigt dit ab-verlies te verdampen. Maar u kunt deze verliesverdamping voorkomen door de Belastingdienst te verzoeken het verlies om te zetten in een belastingkorting. Deze belastingkorting bedraagt 25% van het verlies uit aanmerkelijk belang dat u nog niet heeft kunnen verrekenen. De belastingkorting vermindert de belasting in box 1 van het jaar waarin u het verlies uit aanmerkelijk belang omzet in een belastingkorting en eventueel in de zeven volgende jaren.

Let op: U mag de belastingkorting uiterlijk toepassen in het negende jaar na het jaar waarin u het verlies uit aanmerkelijk belang heeft geleden.

12. Bewijs zakelijkheid coöperatie

Een coöperatie hoeft in beginsel alleen dividendbelasting in te houden als zij wordt gebruikt om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan. Nu blijft deze inhoudingsplicht nog achterwege als de lidmaatschapsrechten behoren tot het ondernemingvermogen. Dit onderscheid komt in 2016 echter te vervallen. Maar kan men aannemelijk maken dat sprake is van een zakelijke situatie, dan blijft de inhoudingsplicht buiten toepassing. Dit is bijvoorbeeld het geval als de coöperatie een zelfstandige en reële economische betekenis heeft.

13. Let op step-up bij fusie over de grens

Als uw bv deelneemt aan een grensoverschrijdende juridische fusie of juridische splitsing, moet u als aandeelhouder van deze bv vanaf 1 januari 2016 rekening houden met een zogeheten step-up bepaling. Deze bepaling houdt grofweg gezegd het volgende in. De aandeelhouders moeten de fiscale waarde van het gestorte kapitaal op de nieuwe aandelen die zij kregen ter vervanging van de aandelen in het gefuseerde of gesplitste lichaam, stellen op de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat door de fusie of splitsing is overgegaan. Zo voorkomt de wetgever dat Nederland een dividendbelastingclaim vestigt op bestaande buitenlandse winstreserves. Deze bepaling treedt niet in werking voor zover het vermogen dat is overgegaan bestaat uit aandelen in een Nederlandse vennootschap.

14. Bereid u voor op standaardrapportage

De OESO heeft een wereldwijde standaard ontwikkeld voor de identificatie van en rapportage over rekeningen van buitenlandse rekeninghouders: de Common Reporting Standard (CRS). De CRS dient om internationale belastingontduiking en belastingfraude aan te pakken. Op grond van Europese wet- en regelgeving moet Nederland aan haar financiële instellingen dezelfde identificatie en rapportagestandaard opleggen als voortvloeit uit de CRS. Het kabinet zal de regels van de CRS opnemen in de wetgeving met betrekking tot het internationaal verlenen van bijstand bij de heffing van belastingen. Deze regels gaan ook gelden voor de BES-eilanden.

15. Controleer uw documentatieverplichting

Als u uw onderneming drijft via een holdingstructuur met vennootschappen over de grens, ga dan na of u te maken krijgt met de nieuwe gestandaardiseerde documentatieverplichtingen over verrekenprijzen binnen het concern. Daarbij kunt u denken aan een landenrapport (‘country-by-country report’), een groepsdossier (‘master file’) en een lokaal dossier (‘local file’). De verplichting tot het opstellen van zo’n rapport geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016.

Let op: De documentatieverplichtingen veranderen in beginsel niet voor uw ondernemingen als hun omzet onder een bepaald bedrag blijft. De hoogte van dit bedrag verschilt per documentatieverplichting. Zo is een landenrapport pas verplicht als de multinationale groep een omzet van € 750 miljoen of meer behaalt.

16. Voeg zustermaatschappijen in fiscale eenheid

Op grond van een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën kunnen twee of meer in Nederland gevestigde zustermaatschappijen met een buitenlandse moedermaatschappij onder voorwaarden een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. De buitenlandse moedermaatschappij blijft dan buiten de fiscale eenheid; een van de zustermaatschappij treedt in haar plaats op als topmaatschappij. De verwachting is dat de goedkeuring in 2016 in de wet zal worden verwerkt.

17. Rond voorbereiding/einde houdsterschap af in 2015

Grofweg gezegd kan een vennootschap een verlies, dat zij heeft behaald in de zogeheten houdsterperiode, alleen verrekenen met winsten uit een jaar dat ook valt binnen de houdsterperiode. In beginsel mag bovendien de boekwaarde van het saldo van de vorderingen op en schulden aan verbonden lichamen in het winstjaar niet groter zijn dan de boekwaarde van dit saldo in het verliesjaar. De houdsterperiode bestaat uit alle jaren waarin de feitelijke werkzaamheid van de vennootschap voor 90% of meer bestaat uit het houden van deelnemingen of het (in)direct financieren van verbonden lichamen. Bovendien moet deze omstandigheid zich gedurende minstens 90% van het boekjaar voordoen. Maar door vier arresten van de Hoge Raad worden verliezen geleden in het jaar van aanvang en beëindiging van houdsteractiviteiten vaak niet aangemerkt als houdsterverlies. Vanaf 1 januari 2016 wordt ook een deel van het jaar waarin de activiteiten bestaan uit de voorbereiding op of de beëindiging van houdsteractiviteiten gerekend tot de houdsterperiode. U kunt verliezen in de jaren vóór 1 januari 2016, waarvoor de verliesbeschikking nog niet is vastgesteld, houden buiten de houdsterverliesregeling). Dit betreft de aangiftejaren 2013 (gedeeltelijk), 2014 en 2015.

18. Bewijs laag gebruikelijk loon

Net als elk jaar wordt u op basis van de gebruikelijkloonregeling ook in 2016 geacht een gebruikelijk loon te krijgen voor de werkzaamheden die u verricht voor uw bv. In 2015 mag de inspecteur het fictief loon stellen op 75% van het loon dat gebruikelijk is voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Daarbij geldt in beginsel een minimum van € 44.000 (wellicht wordt dit bedrag aangepast in 2016). Als u kunt aantonen dat in de meest vergelijkbare dienstbetrekking een lager loon gebruikelijk is dan het minimum van € 44.000, moet de inspecteur uw loon stellen op dat lagere bedrag.

Let op: De gebruikelijk loonregeling blijft buiten beschouwing als het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden voor al uw bv’s niet meer zou bedragen dan € 5.000. In dat geval kan uw bv zelfs het toekennen van loon geheel achterwege laten.

19. Leg opdrachtovereenkomst voor

Aangezien het de bedoeling is dat de Verklaring arbeidsrelatie in 2016 zal verdwijnen, hoeven opdrachtnemers voor 2016 in beginsel geen VAR meer aan te vragen. In plaats van de VAR kunt u wel een nieuwe of een bestaande opdrachtovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. U kunt uw overeenkomst met toelichting mailen naar: alternatiefvar@belastingdienst.nl. Zolang de werkzaamheden plaatsvinden op grond van een goedgekeurde overeenkomst, hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en af te dragen. U kunt uiteraard ook gebruikmaken van de voorbeeldovereenkomsten op de site van de Belastingdienst.

20. Sluit zakelijke lening met uw bv

Als uw bv een lening aan u heeft verstrekt, is het verstandig na te gaan of die lening nog steeds voldoet aan de zakelijke leningsvoorwaarden. Deze controle is een stuk eenvoudiger als de lening schriftelijk is vastgelegd. Een aflossingsschema is een goed begin van een zakelijke lening. Daarnaast moet een zakelijke rente zijn overeengekomen en u moet zekerheden hebben gesteld. Controleer ook of de overeengekomen afspraken in de leningsovereenkomst ook echt worden nageleefd. Een zakelijke lening kan namelijk door onzakelijk handelen van de betrokken partijen gedurende de looptijd van de lening alsnog een onzakelijke lening worden. De rente of eventueel verlies op zo’n geldverstrekking is dan niet aftrekbaar.

21. Check of u onder de werknemersverzekeringen valt

Per 1 januari 2016 kunt u de criteria voor de beoordeling van de verzekeringsplicht van de statutaire bestuurder van een vennootschap vinden in de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Ook in 2016 is een directeur-grootaandeelhouder niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen als hij voldoende zeggenschap heeft in zijn bv en daardoor zijn eigen ontslag kan voorkomen. De meeste bestuurders van vennootschappen hoeven geen statuten aan te passen om de bestaande situatie te mogen continueren. In de nieuwe regeling staat echter expliciet aangegeven dat u niet bent verzekerd voor de werknemersverzekeringen als u een bestuurder van een holding-bv bent en u indirect zeggenschap heeft in een werkmaatschappij.

22. Vraag tijdig octrooi aan

Per 1 januari 2017 zal een S&O-verklaring niet langer voldoende zijn om de innovatiebox te mogen toepassen. De staatssecretaris van Financiën wil namelijk de innovatiebox aanpassen aan de internationale richtlijn van de OESO. Daardoor zal het bedrijf echt moeten beschikken over een octrooi of een vergelijkbaar recht. Nederlandse bedrijven die hun productieproces vernieuwen, zoals velen in de maak- en voedingsindustrie, verliezen hiermee een belastingvoordeel dat zij nu nog verkrijgen met dit soort innovaties. Ondernemingen met een groepsomzet tot maximaal € 50 miljoen wereldwijd en € 7,5 miljoen nationaal behouden echter toegang tot de innovatiebox zonder een octrooi of vergelijkbaar recht.

23. Laat dochtermaatschappij nu nog vergoeding betalen

Als een dochtermaatschappij een vergoeding betaalt aan haar moedermaatschappij en deze betaling kan aftrekken, zal deze vergoeding vanaf 1 januari 2016 belast zijn bij de moedermaatschappij. Zulke vergoedingen en betalingen, evenals vervangingen van zulke bedragen, zullen namelijk niet meer vallen onder de deelnemingsvrijstelling. Als zulke vergoedingen en betalingen zijn inbegrepen in de prijs van de verworven deelneming, zijn ze ook belast bij de moedermaatschappij als de dochter ze kon aftrekken.

Let op: De vergoedingen en betalingen die door deze nieuwe regeling niet vallen onder de deelnemingsvrijstelling, vallen evenmin onder de regels van de compartimentering bij een sfeerovergang.

24. Houd rekening met beperkte deelnemingsverrekening

Vergoedingen en betalingen uit een laagbelaste beleggingsdeelneming zullen bij de moedermaatschappij niet meer vallen onder de deelnemingsverrekening voor zover deze vergoedingen en betalingen aftrekbaar zijn voor die deelneming. Voor de deelnemingsverrekening is de werkelijk verschuldigde belasting bij de deelneming niet van belang.

25. Let op bij verkoop aandelen in HIR-bv

Bezit u minstens een derde van de aandelen in een bv, waarvan de bezittingen voor 30% of meer bestaan uit beleggingen? Dan kan de ontvanger van de belastingen u onder bepaalde omstandigheden aansprakelijk stellen voor de claim op de bij de verkoop aanwezige herinvesteringsreserve (HIR). Nu kunt u nog deze aansprakelijkheid ontlopen als u aannemelijk maakt dat het niet aan u is te wijten dat de bv onvoldoende vermogen heeft om belasting met betrekking tot de HIR te voldoen. Deze zogeheten disculpatiemogelijkheid vervalt echter per 1 januari 2016. Als u het risico op aansprakelijkheid wilt uitsluiten, zult u zekerheden van de koper moeten vragen.

26. Pas vrijstelling onderzoek toe

In het kader van de uitbreiding van de vennootschapsbelastingplicht van overheidsbedrijven stelt de wetgever dat voor bepaalde voordelen een objectieve vrijstelling geldt. Dit zijn activiteiten die een organisatie verricht als een academisch ziekenhuis, dat mede het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek dient. Maar ook onderwijs en onderzoek, dat hoofdzakelijk op bepaalde wijzen wordt gefinancierd, is objectief vrijgesteld. Daarbij gaat het om een financiering met publieke middelen, wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld, lesgelden, buitenlandse bijdragen die vergelijkbaar zijn met deze college- of lesgelden of met bijdragen van algemeen nut beogende instellingen waarvoor geen contractuele tegenprestatie wordt gevraagd. Is uw onderzoek ook op zo’n manier gefinancierd, maak dan gebruik van de vrijstelling.

IB-ONDERNEMER

27. Wacht met verkoop van 2011 investering

Wilt u bedrijfsmiddelen verkopen die u in 2011 heeft aangeschaft en waarvoor u investeringsaftrek heeft toegepast? Het kan dan aan te raden zijn de verkoop uit te stellen tot begin 2016. U moet namelijk een deel van die aftrek terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling, als de vervreemding plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed én de waarde van die bedrijfsmiddelen gezamenlijk hoger is dan € 2.300.

28. Besteedt u genoeg tijd aan uw zaak?

Als u in uw hoedanigheid van ondernemer voldoet aan het urencriterium, staan verschillende faciliteiten in de inkomstenbelasting voor u open. Daarbij kunt u denken aan de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. De meeste ondernemers moeten minstens 1225 uur en meer dan 50% van hun totale arbeidstijd aan hun onderneming besteden. Zij moeten dit ook aannemelijk kunnen maken, bijvoorbeeld met een urenadministratie. Daarbij mag u niet achteraf een urenadministratie opstellen.

Let op: Als u niet het gehele jaar ondernemer bent omdat u bijvoorbeeld halverwege het jaar bent gestart, mag u de 1.255 uren niet herrekenen naar de periode van ondernemen. U dient dan in de (kortere) periode dat u ondernemer bent toch minimaal 1.225 uren aan uw onderneming te besteden.

29. Denk aan kosten in de aanloopfase

Ook als u nog niet de status van ondernemer heeft verkregen, doet u er goed aan om de bewijzen van de gemaakte kosten (bonnetjes, facturen en dergelijke) te bewaren. De kosten en lasten die verband houden met het opstarten van de onderneming en zijn gemaakt in de vijf jaren vóór het starten van de onderneming, zijn namelijk aftrekbaar als aanloopverliezen. Deze kosten en lasten zijn alleen aftrekbaar voor zover er geen opbrengsten tegenover staan en zij niet op andere wijze zijn afgetrokken of aftrekbaar waren van het inkomen uit werk en woning.

Let op: Voor het bestaan van een onderneming is wel van belang dat er een redelijke verwachting is dat de activiteiten op een gegeven moment winst gaan opleveren. Als het te verwachten is dat de kosten de baten niet zullen overtreffen, is geen sprake van een bron van inkomen, laat staan van winst uit onderneming.

30. Verlaag de IB door OR-dotatie in 2015

Als u aan het urencriterium voldoet en op 1 januari 2015 jonger was dan 65 jaar plus drie maanden, mag u aan de oudedagsreserve (OR) doteren. Dit verlaagt dan nog de inkomstenbelasting voor het jaar 2015. Deze dotatie bedraagt in 2015 9,8% van uw winst uit onderneming vóór de OR-dotatie, maar maximaal € 8.631. De toevoeging aan de OR is bovendien gemaximeerd tot het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar de OR aan het begin van het kalenderjaar te boven gaat. Eventueel kunt u een privéstorting doen in uw onderneming om uw ondernemingsvermogen wat op te krikken.

Tip: Als u echt wat wilt opbouwen aan oudedagsvoorzieningen, kunt u de OR laten vrijvallen en een lijfrentepolis of vergelijkbaar spaarproduct aanschaffen. De OR-vrijval is progressief belast, maar dit progressieve tarief wordt enigszins verzacht door de MKB-winstvrijstelling van 14% van de winst. De lijfrentepremie is aftrekbaar tegen het progressieve tarief (en wordt niet beperkt door de MKB-winstvrijstelling).

31. Voorkom verliesverdamping

Het nemen van winst is aan te raden als u nog een verrekenbaar verlies heeft uit 2006. Voor zover u dit verlies niet kunt verrekenen in 2015, verdampt het per 1 januari 2016.

32. Verlies KIA niet

Als u van plan bent dit jaar nog te investeren in bedrijfsmiddelen, hou er dan rekening mee dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van meer dan € 309.693 (cijfer 2015). Overweeg uitstel tot in 2016 bij mogelijke overschrijding van dit bedrag.

Let op: Maakt uw onderneming deel uit van een samenwerkingsverband? Kijk voor het bepalen van de aftrek dan naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk.

33. Pas op voor toerekening investeringsaftrek bij gezamenlijke investering

Fiscaal kan het interessant zijn om meer investeringsaftrek toe te rekenen aan de vennoot met het hoogste inkomen, om aftrek tegen het hoogste belastingtarief (52%) te realiseren. Als sprake is van een gemeenschappelijke investering, moeten de deelnemers van een samenwerkingsverband de investeringsaftrek in beginsel toerekenen naar rato van hun winstgerechtigdheid. De Belastingdienst zal dus niet gauw accepteren dat één van de twee vennoten de hele investeringsaftrek toepast en de ander niets. U mag alleen van de toerekening naar rato van winstgerechtigdheid afwijken als u een redelijke verdeling aannemelijk kunt maken.

Tip: Bent u vergeten de investeringsaftrek toe te passen in uw aangifte? Dan kunt u alsnog de inspecteur verzoeken om ambtshalve vermindering. Dat betekent dat u binnen vijf jaren alsnog een verzoek om KIA, EIA of MIA kan doen. Daarbij geldt dat de termijn aanvangt na het einde van het jaar waarin u de investeringsaftrek in aanmerking had kunnen nemen, ook al vond de investering plaats in een eerder jaar.

34. Neem winst op in grondslag arbeidskorting

Hoewel de arbeidskorting door sommigen vooral geassocieerd wordt met inkomsten uit dienstbetrekking, behoort ook de winst uit onderneming (vóór ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling) tot de grondslag van deze heffingskorting. Echter dit geldt niet voor de winst die men als medegerechtigde geniet uit een onderneming. Het maximumbedrag van de arbeidskorting van € 2.220 (2015) wordt per 2016 extra verhoogd en bedraagt dan € 3.103. Daarnaast vindt een verlaging plaats van het startpunt van de afbouw met 4% van het arbeidsinkomen.

35. Los schuld bedrijfsmiddel familie af

In beginsel tellen investeringen niet mee voor de berekening van de investeringsaftrek als de daarmee samenhangende verplichtingen zijn aangegaan tussen onder andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die tot hun huishouden behoren. De staatssecretaris van Financiën keurt echter goed dat de fiscus deze beperking onder voorwaarden achterwege laat. Een belangrijke voorwaarde is dat het om reële verplichtingen gaat. Ook mag de investering in beginsel niet zijn bedoeld om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. Als de verplichting tegenover de bloedverwant vijf jaar na het jaar van investeren nog niet is nagekomen, past de fiscus de desinvesteringsbijtelling toe. Bent u in 2011 zo’n verplichting aangegaan, los deze dan af vóór 1 januari 2016 of maak aannemelijk dat de aflossing op zakelijke gronden op zich laat wachten.

36. Schuif huisvestingslasten niet vooruit

Als u kosten maakt vanwege huisvesting buiten uw woonplaats en deze huisvesting plaatsvindt in het kader van uw onderneming, mag u deze kosten aftrekken. Deze aftrekmogelijkheid geldt echter gedurende maximaal twee jaren. Als u dus in 2014 ook al kosten heeft gemaakt voor zo’n huisvesting en kunt kiezen of u in 2015 of 2016 aanvullende huisvestingskosten maakt, laat deze kosten dan vallen in 2015.

37. Bereid u voor op bedrijfsoverdracht

Wilt u in de toekomst uw onderneming zonder afrekening over de fiscale reserves overdragen aan een andere ondernemer of aan een werknemer? Zorg er dan voor dat u uw opvolger tijdig laat participeren in uw onderneming. Dit kunt u bereiken door minimaal 36 maanden vóór de beoogde overdracht een samenwerkingsverband aan te gaan met de opvolger of hem in dienst te nemen als werknemer.

Tip: De eis van de onafgebroken periode van 36 maanden kan voor seizoensbedrijven tot ongewenste gevolgen leiden. Daarom keurt de staatsecretaris van Financiën goed dat in zo’n geval wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van 36-maanden als de overnemer in de jaren direct voorafgaand aan de overdracht één of meer maanden per jaar als werknemer werkzaam is geweest bij de over te nemen onderneming. Gedurende deze jaren moet de totale periode waarin sprake is geweest van een dienstverband bij die onderneming minimaal 36 maanden omvatten.

38. Eet uw pensioen niet op

Het kabinet wil pensioenopbouw bij zzp’ers stimuleren door bijvoorbeeld hun pensioengeld veilig te stellen van bijstand. Als zzp’er moest u eerst interen op de opgebouwde lijfrente als u in de bijstand komt. Als het wetsvoorstel het haalt, is het vanaf 1 januari 2016 niet meer nodig eerst de opgebouwde lijfrente aan te spreken als u in de bijstand komt. Voor deze vrijlating gelden wel voorwaarden. Lijfrentevoorzieningen worden bijvoorbeeld niet als een voorliggende voorziening beschouwd voor zover de totale waarde daarvan ten tijde van de aanvraag om bijstand minder bedraagt dan € 250.000.

Tip: Gemeenten worden verzocht om al in 2015 conform de hoofdlijnen van de voorgenomen wetgeving te handelen.

BTW

39. Check of u de opgaaf ICP maandelijks moet doen

Met ingang van 1 januari 2016 moeten meer ondernemers − naast hun btw-aangifte − maandelijks ook een opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) inzenden. Tot 31 december 2015 moeten ondernemers die intracommunautaire leveringen verrichten alleen een opgaaf ICP per maand doen als het totaalbedrag zonder btw van de leveringen hoger is dan € 100.000 per kwartaal. Vanaf 1 januari 2016 wordt deze drempel verlaagd naar € 50.000 per kwartaal.

40. Vul uw EHBO-doos vóór oud en nieuw

Met ingang van 1 januari 2016 zal een geneesmiddel slechts vallen onder het lage btw-tarief van 6% als daarvoor een handelsvergunning in het kader van de Geneesmiddelenwet is afgegeven. Er bestaat hierop slechts één uitzondering. U mag het verlaagde tarief namelijk ook toepassen op de levering van een geneesmiddel als de Geneesmiddelenwet stelt dat een handelsvergunning niet verplicht is voor dat geneesmiddel.

Let op: Deze wijziging heeft vooral gevolgen voor geneesmiddelen die zich op de grens bevinden van het al dan niet kwalificeren als geneesmiddel, zoals spierbalsem en littekengel. Voor reguliere geneesmiddelen blijft alles bij het oude.

41. MOSS gebruiken per 1 januari 2016, registreren kan nog!

Sinds 1 januari 2015 kunnen ondernemers onder voorwaarden bij het verrichten van grensoverschrijdende telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten gebruikmaken van de Mini one stop shop-regeling (MOSS-regeling). U doet de btw-melding en EU-btw betaling dan via één land, bijvoorbeeld Nederland. Wilt u per 1 januari 2016 deelnemen aan de MOSS-regeling, dan moet u vóór 31 december 2015 het formulier ‘Verzoek registratie in Nederland voor betalen btw in EU-landen’ invullen en digitaal versturen naar de Belastingdienst. U vindt dit formulier op de beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst. Maakt u al gebruik van de MOSS-regeling, maar wilt u per 1 januari 2016 daarmee stoppen? Dan moet u de Belastingdienst vóór 15 december 2015 op de hoogte brengen.

Let op: U moet ongeacht of u gebruikmaakt van de MOSS-regeling het btw-tarief berekenen dat geldt in het land waar uw klant woont of is gevestigd.

42. Overweeg verhuur van btw-vrijgestelde multifunctionele garageboxen

Verhuurt u garageboxen? Dan brengt u de huurder waarschijnlijk btw in rekening. De verhuur van parkeerruimten is immers een belastbare dienst voor de omzetbelasting. Het verhuren van multifunctionele ruimten oftewel ruimten die primair voor andere doeleinden dan voor het parkeren van voertuigen (kunnen) worden gebruikt, vormt in beginsel geen verhuur van parkeerruimte. Deze garageboxen zijn daarom vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting. Als de huurder de garagebox volgens de huurovereenkomst primair voor andere doeleinden dan alleen parkeren kan gebruiken, kunt u een beroep doen op het besluit van 19 september 2013, (BLKB2013/1686M). Let wel, er bestaat dan uiteraard geen recht op aftrek van voorbelasting voor de ‘inkoop-btw’ op de investerings- en exploitatiekosten.

Tip: De verhuur van garageboxen kan in het ene geval belast zijn met btw en in het andere geval vrijgesteld zijn van btw. Het is daarom verstandig duidelijk in de huurovereenkomst op te nemen welk gebruik is toegestaan.

43. Wissel bitcoins btw-vrij in

Handelt u in bitcoins? Ga dan na of u nog steeds een belastbare prestatie verricht. Het Europese Hof heeft op 22 oktober 2015 beslist dat het inwisselen van de virtuele valuta ‘Bitcoin’ tegen wettige betaalmiddelen − en vice versa – een financiële transactie is en derhalve vrijgesteld is van btw. Dat betekent dus dat een aantal bitcoin-ondernemers (deels) een vrijgestelde prestatie verrichten. Dit kan gevolgen hebben op de btw die in aftrek kan worden gebracht, maar bijvoorbeeld ook op de btw-behandeling van gehuurd onroerend goed. Door deze uitspraak is er nu niet alleen duidelijkheid over de fiscale kwalificatie van bitcoin-ondernemers, maar ook over de btw-kwalificatie van de bitcoin zelf. Als de bitcoin als zodanig wordt gebruikt, wordt deze aangemerkt als betaalmiddel en hoeft er dus bij het uitgeven ervan geen btw geheven te worden op de bitcoin zelf.

44. Structurele btw-teruggave? Doe dan maandelijks aangifte!

Een grote groep ondernemers moet om de zoveel tijd btw afdragen. Dat gebeurt meestal één keer per kwartaal. Voor ondernemers die structureel btw terugkrijgen, is het echter aan te raden maandelijks aangifte te doen. U kunt hiervoor een verzoek indienen bij uw belastingkantoor.

45. Btw betaalt in een ander EU-land? Vraag deze terug!

Heeft u in 2015 btw betaalt in een ander EU-land, dan kunt deze terugvragen via een elektronisch portaal bij de Nederlandse Belastingdienst. Houd er wel rekening mee dat de voorwaarden voor de teruggaaf van btw per EU-land kunnen verschillen. Raadpleeg daarom de ‘Vereisten en toelichting bij het verzoek om teruggaaf btw uit andere EU-landen’. U vindt deze brochure op de website van de Nederlandse Belastingdienst. Het teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn!

46. Loop uw laatste btw-aangiften na op fouten

Het einde van het jaar is een goed moment om te controleren of u correcties moet doorvoeren voor bijvoorbeeld het privégebruik van elektriciteit, gas en water of het privégebruik van de auto van de zaak. Correcties van € 1.000 of meer moet u doorgeven via het formulier ‘Suppletie Omzetbelasting’. Correcties tot € 1.000 mag u verwerken in uw eerstvolgende aangifte omzetbelasting. U ontvangt dan ook geen naheffingsaanslag of afzonderlijke teruggaafbeschikking voor de correctie.

Let op: De correctiegrens van € 1.000 geldt niet voor correcties op de kleineondernemersregeling.

47. Houd de herzieningstermijn in de gaten

Naarmate u langer in het bezit bent van een bedrijfsmiddel, is de kans groter dat u zich van bepaalde verplichtingen niet bewust bent/blijft. Denk bijvoorbeeld aan de btw-herzieningstermijn van tien jaar voor onroerende zaken en vijf jaar voor andere bedrijfsmiddelen. Heeft u dit jaar in bedrijfsmiddelen geïnvesteerd en de btw daarover afgetrokken als voorbelasting, dan moet u aan het eind van dit jaar en de komende vier jaren (negen jaren voor onroerende zaken) toetsen of het gebruik nog overeenkomt met het gebruik in het eerste jaar van ingebruikname.

Let op: Blijkt het werkelijke gebruik meer dan 10% te verschillen met het gebruik in het jaar van eerste ingebruikname, dan zult u de btw-aftrek moeten corrigeren over 1/5 deel (voor onroerende zaken 1/10 deel) van de afgetrokken btw in het jaar van eerste ingebruikname.

48. Denk aan de correctie op de KOR

Heeft u dit jaar gebruik gemaakt van de kleine ondernemingsregeling (KOR)? U moet dan aan het eind van dit jaar een correctie op de KOR toepassen. Het doet er niet toe of u de voorlopige verminderingen al in de loop van het jaar heeft toegepast of nog moet toepassen. U moet in beide gevallen de te betalen of terug te ontvangen bedrag verrekenen in uw aangifte over het eerste belastingtijdvak in 2016. Dit bedrag neemt u dan op bij Vraag 5d ‘Vermindering volgens de kleineondernemersregeling’.

Tip: Bent u per abuis vergeten de correctie op de KOR toe te passen, dan kunt u dit alsnog doen met het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U vindt dit formulier op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst.

49. Dubieuze debiteuren? Vraag de btw terug!

Als een debiteur zijn schulden niet of niet volledig kan voldoen, kunt u zodra uw debiteur de status van dubieus verkrijgt de btw terugvragen bij de Belastingdienst. U loopt in zo’n geval immers niet alleen opbrengsten mis, maar u heeft ook btw afgedragen die u (voor een deel) niet ontvangt van uw afnemer. Stuur uw teruggaafverzoek binnen één maand na het tijdvak waarin duidelijk is dat uw factuur niet meer betaald zal worden naar uw belastingkantoor. Vermeld in uw verzoek om welk aangiftetijdvak het gaat en om welke bedragen.

Let op: Om ervoor te zorgen dat de Belastingdienst uw verzoek snel kan verwerken, is het aan te raden om specificaties aan het verzoek toe te voegen.

50. Ga fiscale eenheid met topholding aan

Natuurlijke personen en rechtspersonen die financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar zijn verbonden mogen een fiscale eenheid voor de btw vormen. Men kan dan onderling leveringen verrichten zonder dat daarover btw moet worden gefactureerd. U mag ook een fiscale eenheid aangaan met een topholding, ook al is zo’n holding strikt genomen geen btw-ondernemer. Het opnemen van een topholding in een fiscale eenheid btw is toegestaan, mits deze binnen het concern een sturende en beleidsbepalende functie vervult. Alleen dan heeft de holding immers een wezenlijke economische functie die meer inhoudt dan alleen het houden van aandelen.

Let op: De voorwaarden voor het vormen van een fiscale eenheid met een topholding zijn vastgelegd in de holdingresolutie van 18 februari 1991. De Hoge Raad heeft op 11 september 2015 beslist dat deze voorwaarden strikt moeten worden nageleefd.

51. Geopteerd voor btw-belaste levering? Denk aan de verklaring aankoop onroerende zaak

Heeft u dit jaar een onroerende zaak gekocht, en samen met de verkoper geopteerd voor een btw-belaste levering? U moet dan uiterlijk in januari 2016 een verklaring uitreiken aan de verkoper en uw eigen inspecteur, waarin staat vermeld of u de onroerende zaak al dan niet gebruikt voor doeleinden waarvoor minstens 90% recht op btw-aftrek bestaat. Als u niet meer aan het 90%-criterium voldoet, wordt de levering alsnog geacht vrij te zijn van btw. Hierdoor vervalt bij de verkoper het recht op btw-aftrek. Hij moet de btw dan terugbetalen aan de Belastingdienst.

Tip: Verkoper en koper kunnen in de koopovereenkomst duidelijke afspraken maken over eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering komt te vervallen. In de koopovereenkomst kan bijvoorbeeld worden geregeld dat de koper de btw-schade vergoed aan de verkoper als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

52. Te veel btw afgedragen? Vorder deze snel terug!

Heeft u dit jaar te veel btw afgedragen, dan kunt u dit corrigeren met het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U kunt dit formulier invullen en verzenden op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst of downloaden.

Tip: Met het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’ kunt u de btw terugvragen die u in de afgelopen vijf jaar te veel heeft aangegeven en betaald.

WERKGEVER

53. Let op met week 53

Dit jaar zijn er geen 52, maar 53 weken voor de loonheffing. De aangifte loonheffingen over week 53 van 2015 met daarin een inkomstenverhouding die begint op 1, 2 of 3 januari 2016, kan niet eerder dan 1 januari 2016 gedaan worden.

Let op: Stuurt u de aangifte loonheffingen met deze inkomstenverhouding in vóór 1 januari 2016, dan keurt de Belastingdienst deze aangifte af.

54. Check uw softwarepakket

Ga na of uw salarissoftware nog up to date is en vraag na of relevante wetswijzigingen tijdig worden verwerkt. Wilt u om een bepaalde reden wijzigen van softwarepakket, doe dit dan per 1 januari. Een overstap tijdens het kalenderjaar levert extra werk op in verband met het overzetten (of moeten invoeren) van de cumulatieve gegevens.

55. Controleer de aansluiting met de financiële administratie

Aan het einde van het jaar is het altijd raadzaam om te controleren of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat één of meer (belaste) vergoedingen zijn uitbetaald die per abuis niet zijn gemeld in de loonadministratie, waardoor over deze vergoedingen geen loonheffingen zijn ingehouden, dan wel eindheffingen zijn afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen loon- en financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht, waarna u de verschuldigde loonheffingen alsnog kunt afdragen, eventueel in de vorm van eindheffing.

56. Benut de vrije ruimte volledig

Veel werkgevers benutten de vrije ruimte van de werkkostenregeling niet goed omdat zij bang zijn deze te overschrijden. Dat is onnodig. De vrije ruimte is 1,2 % van de fiscale loonsom. Heeft u vrije ruimte over? Benut die bijvoorbeeld voor het kerstpakket.

Tip: Als u de eindheffing al in de loop van 2015 heeft betaald en ontdekt u achteraf dat het teveel of te weinig was, dan kunt u dat nog uiterlijk in de aangifte loonheffingen over het 1e tijdvak van 2016 corrigeren. Maak daar gebruik van!

57. Betere aansluiting loonbelasting en inkomstenbelasting bij bijzondere beloningen

Op grond van het Belastingplan 2015 is voor het jaar 2015 de inkomensafhankelijke afbouw van de arbeidskorting in de tabel bijzondere beloningen verwerkt. Met ingang van 2016 zal dit ook gebeuren met de inkomensafhankelijke opbouw van de arbeidskorting. Voor werknemers met een inkomen tot ongeveer € 20.000 betekent dit dat zij het deel van de arbeidskorting toegekend voor bijzondere beloningen, direct kunnen realiseren in de loonbelasting.

58. Aanscherping gebruikelijkheidscriterium

Ter verbetering van de bestrijding van tariefarbitrage wordt het gebruikelijkheidscriterium in de werkkostenregeling per 2016 aangepast. Het door de werkgever aanwijzen van een vergoeding of verstrekking van een bepaalde omvang als eindheffingsbestanddeel moet gebruikelijk zijn, en niet de omvang van de vergoedingen of verstrekkingen als zodanig. Niet gebruikelijk is om het maandloon, vakantiegeld, hoge bonussen of vergoeding van vermogensschade bij indiensttreding als eindheffingsloon aan te wijzen. Wel gebruikelijk is bijvoorbeeld een kerstpakket, ook al is dat een puur beloningsbestanddeel. De waarde van het kerstpakket speelt wel een rol.

Tip: Waar moet u op letten? Kijk voor u een vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel of een dergelijke vergoeding ook is toegepast bij vergelijkbare werknemers binnen of buiten uw bedrijf. U kunt ook kijken hoe u de vergoeding of verstrekking behandelde vóór de invoering van de WKR.

59. Rentekorting personeelslening niet langer onbelast

Met ingang van 1 januari 2016 wordt de door een werkgever aan zijn werknemer verleende rentekorting op een personeelslening voor de aanschaf of verbouwing van een eigen woning belast. De nihilwaardering in de loonbelasting voor deze rentekorting wordt afgeschaft. Het rentevoordeel, dat is het verschil tussen de afgesproken rente en de rente voor een vergelijkbare lening in de vrije markt, mag ook niet aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel. Het rentevoordeel moet dus worden verloond.

Tip: Het wordt toegestaan het in aanmerking te nemen rentevoordeel gelijkmatig over het jaar te verdelen. Dat is wel zo makkelijk.

60. Richt een personeelsfonds op

Uitkeringen en verstrekkingen uit een personeelsfonds zijn onder voorwaarden belastingvrij. Hiermee kunt u uw werknemers bijvoorbeeld voordelig steunen in financieel krappe tijden. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de werkgever niet meer mag hebben bijgedragen dan de werknemers gezamenlijk. De vrijstelling geldt ook als het fonds nog geen vijf jaar bestaat. Als u nu een personeelsfonds opricht, kunt u daar al volgend jaar van gebruik maken.

61. Oud- of Nieuwjaarsborrel op kantoor

Een personeelsfeest − zoals een nieuwjaarsborrel − kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u dit op de werkplek organiseert. Dat geldt ook voor de drankjes die de werknemers op de borrel consumeren. Kiest u daarentegen voor een externe locatie, dan zijn het personeelsfeest en de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. U kunt hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Houd uw borrel in uw kantine en laat deze mooi versieren!

Tip: De verstrekte consumpties zijn onbelast, ook voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren en voor werknemers van andere werkgevers, met wie u de concernregeling toepast (zie verderop).

Let op: Maaltijden bij een personeelsfeest kunt u ook op de werkplek niet vrij verstrekken. Het normbedrag is € 3,20 (2015). U kunt dit wel aanwijzen als eindheffingsloon.

62. Houd de werknemers fit

Het wordt steeds duidelijker dat lang zitten niet gezond is. Stimuleer de goede voornemens van uw werknemers in 2016 om meer te bewegen en bied bijvoorbeeld bedrijfsfitness, staplekken of bewegingsmeubilair aan. Let wel op dat onder de werkkostenregeling bedrijfsfitness alleen onbelast kan blijven als het op de werkplek plaatsvindt. Dat betekent dus dat u in het pand een fitnessruimte moet hebben. De waarde hiervan vult dan niet de vrije ruimte. Bedrijfsfitness buiten de werkplek is belast loon. U kunt het wel onderbrengen in de vrije ruimte.

63. Kies voor de concernregeling

Vanaf 1 januari 2015 kunnen verbonden vennootschappen in de werkkostenregeling gebruikmaken van de concernregeling, als er sprake is van een aandelenbelang van minstens 95%. Door gebruik te maken van deze regeling hoeft u binnen uw concern niet langer een splitsing te maken tussen vergoedingen en verstrekkingen die deels voor werknemers van het ene concernonderdeel zijn en deels voor een ander. Ga na of toepassing van deze regeling binnen uw concern de moeite waard is. Voor de toepassing van de concernregeling is ook sprake van een concern als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen.

Tip: U kunt tot het uiterste afrekenmoment kiezen om de concernregeling al dan niet toe te passen. Voor 2015 kunt u dit dus nog bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2016 doen.

64. Controleer uw sectorindeling

Voor de meeste werkgevers gaat volgend jaar de sectorpremie voor de WW vanwege het economisch herstel omlaag. Er zijn echter grote verschillen in de mate waarin dat gebeurt en er zijn ook enkele stijgers. Voorbeelden van sectoren waarvoor de premie daalt zijn de bouw, metaal, detailhandel en de zakelijke dienstverlening. Een stijger is de re-integratiesector. Controleer of de sectorindeling – nog steeds – klopt met de activiteiten van uw bedrijf. Indeling in een verkeerde sector kan grote financiële gevolgen hebben.

65. Controleer de toegepaste premiekortingen

Werkgevers worden beloond als zij mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie in dienst nemen. In 2015 heeft u recht op een premiekorting van maximaal € 7.000 als u een oudere werknemer in dienst nam die vóór dit dienstverband recht had op een WW-, arbeidsongeschiktheids-, nabestaanden-, Wajong- of bijstandsuitkering. De premiekorting wordt tijdsevenredig bepaald. Daarnaast heeft u recht op een premiekorting van maximaal € 7.000 voor een arbeidsgehandicapte werknemer die in 2015 bij uw onderneming in dienst is (gekomen). Voor jonggehandicapten die vanwege hun arbeidsbeperking minder ontvangen dan het wettelijk minimumloon, is de premiekorting maximaal € 3.500 per jaar. Bovendien kunt u nog tot 1 januari 2016 een premiekorting toepassen als u een uitkeringsgerechtigde tussen de 18 en 27 jaar heeft aangenomen. De korting mag maximaal twee jaar worden toegepast en bedraagt € 3.500 voor een heel jaar. Controleer of u alle premiekortingen waarop u recht heeft, al zijn geclaimd.

66. Vraag uitlener om G-rekening

Het WKA-depot wordt per 1 januari 2016 opgeheven. WKA staat voor Wet ketenaansprakelijkheid. Inleners van uitzendkrachten en opdrachtgevers van onderaannemers kunnen nu nog aansprakelijkheid voor niet betaalde belastingen en premies beperken door die rechtstreeks in een WKA-depot te storten of op een G-rekening, een geblokkeerde rekening, bij een bank. Vanaf 1 januari 2016 kan dat alleen nog door gebruik te maken van een G-rekening van de uitlener. Informeer zo spoedig mogelijk of uw uitlener een G-rekening heeft!

67. AOW-leeftijd verder omhoog

Heeft uw onderneming oudere werknemers in dienst, dan moet u rekening houden met de verhoging van de AOW-leeftijd. Per 1 januari 2016 stijgt de AOW-leeftijd naar 65 jaar en 6 maanden. Dit betekent niet alleen dat sommige werknemers drie maanden later recht krijgen op AOW dan nu het geval is, maar ook dat zij normaliter drie maanden langer bij uw onderneming in dienst moeten blijven.

68. Neem in 2016 een AOW-gerechtigde in dienst

De Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd treedt per 1 januari 2016 in werking. Deze wet moet werkgevers stimuleren om werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, in dienst te nemen of te houden. Ze mogen bijvoorbeeld:

  • tot zes tijdelijke contracten toepassen in twee jaar.
  • loondoorbetaling en re-integratie beperken tot 13 weken in plaats van de huidige twee jaar.
  • Een opzegtermijn van één maand hanteren.

69. Pensioen opbouwen met nettopensioen

Omdat werknemers niet meer fiscaal gefacilieerd een pensioen kunnen opbouwen boven een ton, kunt u sinds 1 januari 2015 uw werknemers aanbieden om vrijwillig te sparen uit het nettosalaris voor zover dat − voor deeltijders − herrekend naar fulltime basis boven de € 100.000 uitkomt. Dit kan in de vorm van een nettopensioen dat wordt uitgevoerd door pensioenfondsen en verzekeraars. De in te leggen premies worden betaald uit het nettosalaris en zijn dus niet aftrekbaar. Het gespaarde saldo is niet belast in box 3. De werknemer mag het saldo alleen in de vorm van een lijfrente opnemen.

Tip: Uw werknemer kan overigens via de nettolijfrente ook in de privésfeer pensioen opbouwen boven een inkomen van € 100.000. Ook dit is niet belast in box 3. Dat is voordelig met de vanaf 2017 voor grotere vermogens verhoogde tarieven (zie verderop).

70. Draag (pseudo-)eindheffing af over excessieve vertrekvergoeding

U moet 75% belasting betalen over het excessieve deel van vertrekvergoedingen van werknemers die bij u uit dienst gaan. In 2015 betaalt u deze zogenoemde pseudo-eindheffing als de werknemer in 2015 bij u uit dienst is gegaan, het toetsloon is meer dan € 535.000 en de vertrekvergoeding hoger is dan het toetsloon. Ook als u in 2015 nog nabetalingen doet voor een werknemer die in de periode 2009 tot en met 2014 bij u uit dienst is gegaan kan het zijn dat u een dergelijke vergoeding verschuldigd bent.

Overigens is het laatste woord van de Hoge Raad over de excessieve vertrekvergoeding nog niet gezegd.

71. Afdrachtverminderingen optimaal gebruikt?

Ga na of u in 2015 optimaal gebruik heeft gemaakt van de afdrachtverminderingen voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) of zeevaart. Deze twee afdrachtverminderingen kunnen overigens niet naast elkaar worden toegepast. Ga na of aan alle voorwaarden is voldaan, want een onterechte toepassing van afdrachtvermindering levert uw onderneming niet alleen een naheffingsaanslag op, maar meestal ook een boete.

72. Aangiftetijdvak wijzigen? Vraag dit op tijd aan!

Als u in 2016 een ander aangiftetijdvak wilt gebruiken voor de loonheffingen, bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan vierwekelijks uitbetaalt aan het personeel, moet u hiertoe een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kunt u doen met behulp van het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’. Zorg ervoor dat dit formulier uiterlijk 14 december 2015 binnen is bij de fiscus. Wordt uw aanvraag na deze datum ontvangen, dan kunt u pas in 2017 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

73. Breng uw werknemersadministratie op orde

Voordat u uw loonadministratie over 2015 afsluit moet u als werkgever een en ander controleren. Controleer in elk geval of u van iedere werknemer en opdrachtnemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Voor uitzendkrachten heeft de Belastingdienst aangegeven dat u juist geen kopieën hoeft te bewaren. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

74. Zorg voor een goede administratie rondom uitzendkrachten

Controleer aan het einde van het jaar of uw administratie rondom uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden), volledig is. U moet namelijk van al deze medewerkers bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt. Blijkt dat het uitzendbureau zich niet houdt aan het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, dan kan de Inspectie SZW u bij een controle een boete opleggen van maximaal € 12.000 als u geen goede administratie heeft.

75. Let op de aanzegtermijn

Zijn er tijdelijke contracten die begin 2016 aflopen, bedenk dan nu al of u wilt verlengen en of u in 2015 nog moet aanzeggen. Sinds begin 2015 moet u namelijk een werknemer met een tijdelijk contract van zes maanden of langer minimaal een maand voorafgaand aan de einddatum van een arbeidsovereenkomst schriftelijk meedelen of het contract al dan niet wordt verlengd en onder welke voorwaarden. Doet u het niet, dan kan de werknemer een schadevergoeding van maximaal een bruto maandsalaris eisen.

Let op: Het schriftelijkheidsvereiste strekt, net als bij bijvoorbeeld het concurrentiebeding, tot bescherming van de werknemer. Het is om die reden niet voldoende dat de werknemer met het aflopen van het contract bekend is, zo bepaalde de kantonrechter Rotterdam.

76. Motiveer concurrentiebeding

Vanaf 1 januari 2015 mag een concurrentie- en relatiebeding alleen maar worden opgenomen in een tijdelijk contract als er gemotiveerd is dat u een zwaarwichtig bedrijfsbelang heeft. Dit jaar is gebleken dat rechters hier streng mee omgaan. Het is dan ook raadzaam om na te gaan voor welke functies het noodzakelijk is om in een contract voor bepaalde tijd een concurrentiebeding op te nemen. Geef in dit contract aan welke belangen u hiermee wilt beschermen.

77. Nieuw belastingverdrag met Duitsland

Werken uw werknemers soms een periode vanuit Nederland in Duitsland of andersom? Let dan op met het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland dat op 1 januari 2016 in werking treedt. De 183-dagen regel is hierin namelijk aangepast. In het nieuwe verdrag wordt niet langer aangesloten bij een kalenderjaar, maar wordt gekeken per tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het belastingjaar. Dit kan bij werkperiodes die doorlopen over de grens van een kalenderjaar tot gevolg hebben dat de periode van 183 dagen wel overschreden wordt, terwijl dat bij het oude verdrag niet zo zou zijn. De heffingsbevoegdheid kan in dat geval verschuiven van het ene land naar het andere.

AUTO

78. Bestel snel een nieuwe leaseauto

Als u aan één of meer werknemers een nieuwe auto ter beschikking gaat stellen, dan is het aan te raden dit nog dit jaar te doen. Is voor het eerst een kenteken afgegeven in 2015, dan geldt gedurende 60 maanden de huidige bijtellingspercentage. Wacht u tot 2016 om de auto te bestellen, dan moet u rekening houden met de nieuwe CO2-uitstootgrenzen. Onderstaande normen zijn vastgesteld voor 2016 en gelden voor auto’s die op of na 1 januari 2016 worden afgeleverd, en voor alle brandstoffen.

Bijtellings-percentages CO2-uitstoot p/km
4% 0 gram
15% 1 – 50 gram
21% 51 – 106 gram
25% > 106 gram

Tip: Loopt het huidige leasecontract pas in 2016 af? Informeer dan bij de leasemaatschappijen of u nu al een nieuwe auto kunt bestellen. Uw werknemer kan alsnog vijf jaar lang profiteren van de lagere bijtelling als de auto vóór 1 januari 2016 jaar wordt geleverd.

79. Betaal MRB drie maanden vooruit!

Vanaf 1 juli 2016 kunt u de motorrijtuigenbelasting (MRB) niet meer voor een heel jaar in één keer betalen. U kunt de MRB vanaf dat moment alleen nog per tijdvak van drie maanden vooruit betalen. Ook is en blijft het mogelijk om de MRB maandelijks te laten afschrijven.

Let op: Jaarbetalingen die tot en met 30 juni 2016 zijn gedaan, blijven geldig voor de resterende duur van de betaalde periode.

80. Minder opcenten voor buitenlander

Woont u in het buitenland en bent u houder van een auto of ander motorrijtuig en aan de motorrijtuigenbelasting onderworpen? U wordt dan voor de motorrijtuigenbelasting vanaf 1 januari 2016 geacht te wonen in de provincie die de laagste provinciale opcenten heeft. De motorrijtuigenbelasting wordt dus berekend op basis van de tarieven van de goedkoopste provincie van Nederland. Onder de huidige regeling worden buitenlandse houders van een auto of ander motorrijtuig geacht te wonen in de provincie die het hoogste aantal opcenten heeft. De rechter heeft deze bepaling dit jaar onverbindend verklaard omdat zij in strijd is met het Europees recht.

81. Auto van de zaak of privéauto?

Heeft uw onderneming één of meer werknemers die gebruikmaken van een auto van de zaak en loopt de leaseovereenkomst van deze auto binnenkort af? Ga dan na of de ‘dure’ auto van de zaak nog wel lonend is. Rijdt een werknemer relatief weinig zakelijke kilometers, dan is het wellicht voordeliger om hem zijn eigen auto te laten gebruiken en de werkelijke kosten – of zelfs nog een iets hoger bedrag – per kilometer te vergoeden.

Let op: Als in de arbeidsovereenkomst met een werknemer is opgenomen dat hij de beschikking krijgt over een auto van de zaak, kunt u deze overeenkomst in principe niet eenzijdig wijzigen.

82. Dien een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ in

Gaat uw werknemer de bedrijfsbestelauto uitsluitend voor zijn werk gebruiken in 2016? U kunt dan samen met die werknemer een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen bij de Belastingdienst. U hoeft dan geen bijtelling privégebruik auto bij het loon van de werknemer te tellen en de werknemer hoeft geen kilometeradministratie bij te houden. Om het zakelijk gebruik van de bestelauto aan te tonen moet u wel bewijsstukken, zoals werkbonnen en afspraken bewaren.

Tip: U kunt de bijtelling voorkomen door bijvoorbeeld het privégebruik van de bestelauto te verbieden. Of ervoor zorgen dat de bestelauto na werktijd op het afgesloten bedrijfsterrein achterblijft en zodoende niet privé kan worden gebruikt.

83. Trek afkoopsom voor leasehouder af

Treedt een werknemer met een leaseauto van de zaak binnenkort uit dienst? En heeft hij een eigen bijdrage voor privégebruik van die leaseauto betaald? Dan kunt u de betaling van de afkoopsom als eigen bijdrage in mindering brengen op de bijtelling privégebruik auto, mits van tevoren was afgesproken dat de afkoopsom voor rekening zou komen van de werknemer en als een eigen bijdrage voor privégebruik auto kwalificeert. Deze afkoopregeling is niet in het Handboek loonheffingen 2015 vermeld bij de opsomming van voorbeelden van vormen van eigen bijdragen, maar aan deze regel is niets gewijzigd. Van aanpassingen in wet- en regelgeving is dan ook geen sprake. Dit blijkt uit een reactie van de Belastingdienst op vragen van de Vereniging Zakelijke Rijders.

84. Maak meteen bezwaar tegen een parkeerbon!

Bent u het niet eens met een bekeuring voor bijvoorbeeld fout parkeren, dan moet u binnen zes weken bezwaar maken. De bezwaartermijn vangt aan zodra u de bon onder de ruitenwisser op de voorruit van uw auto heeft aangetroffen. Wacht dus niet totdat de acceptgiro in de brievenbus valt. U zou dan te laat kunnen zijn.

Tip: Heeft uw onderneming dit jaar verkeersboetes betaald die door uw werknemer met een ter beschikking gestelde auto zijn veroorzaakt? Verhaal deze boete dan op de betreffende werknemer(s).

85. Informeer naar gebruik van bedrijfsauto

Stelt u een auto ter beschikking aan uw werknemer, dan kunt u soms de bijtelling voor het privégebruik van de auto achterwege laten. Dit kan bijvoorbeeld als u in het bezit bent van een kopie ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Daarmee verklaart de werknemer dat hij niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met de auto van de zaak. Houdt u er wel rekening mee dat de bijtelling per kalenderjaar geldt. Rijdt uw werknemer bijvoorbeeld alleen in de maand december meer dan 500 kilometer privé met de bedrijfsauto, dan moet u het voordeel van het privégebruik van de auto voor het gehele jaar tot het loon van die werknemer rekenen. Wijs uw werknemer hierop, en voorkom dat de 500-kilometergrens net voor het eind van het jaar wordt overschreden.

Tip: Informeer meteen ook bij uw werknemer of de situatie per 1 januari 2016 gaat wijzigingen. Blijft alles bij het oude, dan hoeft hij niets te doen. Gaat uw werknemer bijvoorbeeld meer dan 500 privékilometers met de auto rijden in 2016, dan moet u de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.

86. Actief in de autobranche? Maak gebruik van de handreiking

Vaak rijden werknemers in de autobranche in verschillende auto’s van de zaak. Het is in zulke gevallen dan ook lastig om de grondslag voor de bijtelling privégebruik vast te stellen. In de Handreiking bijtelling autobranche staan praktische tips voor het bepalen van de bijtelling.

Let op: Er gelden wel enkele administratieve eisen. Het einde van het jaar is een goed moment om te controleren of u de registratie van de auto’s en werknemers op orde heeft.

87. Vraag om een eigen bijdrage voor de auto

Wilt u in 2016 de bijtelling voor privégebruik van de auto verlagen? Vraag uw werknemer dan om een eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto. U kunt het bedrag van de bijdrage dan onder bepaalde voorwaarden in mindering brengen op de bijtelling.

Let op: Is de eigen bijdrage van de werknemer hoger dan de bijtelling, dan wordt de bijtelling nul. De bijtelling kan namelijk nooit negatief zijn.

ESTATE PLANNING / PRIVE

88. Levensloopregeling voordelig afkopen

Als u op 31 december 2011 een levenslooptegoed had van € 3.000 of meer, mocht u nog gebruik blijven maken van de levensloopregeling. Heeft u in 2015 nog een levenslooptegoed? Als u dat in 2015 volledig opneemt, bent u niet over het volledige tegoed, maar over 80% daarvan belasting verschuldigd.

Let op: Deze 80%-regeling is beperkt tot ten hoogste de waarde van de levensloopaanspraken op 31 december 2013.

89. Eigenwoninglening registreren bij fiscus

Financierde u in 2015 uw woning met een lening van familie of bijvoorbeeld uw bv? Geef de gegevens over uw lening dan op tijd zelf aan de Belastingdienst door met het formulier ‘Opgaaf lening eigen woning’ (via website Belastingdienst). Alleen dan heeft u recht op hypotheekrenteaftrek in uw aangifte inkomstenbelasting, mits uiteraard ook aan de overige reguliere voorwaarden voor hypotheekrenteaftrek is voldaan. ‘Op tijd’ betekent wanneer u aangifte doet over het jaar waarin de leningovereenkomst is gesloten, maar wel uiterlijk vóór 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de lening is afgesloten.

Let op: Vanaf belastingjaar 2016 hoeft voor een dergelijke eigenwoningschuld geen apart formulier meer ingevuld te worden. Er wordt dan naar gevraagd in de aangifte.

90. Weer recht op renteaftrek na betalingsachterstand?

Sinds 1 januari 2013 moet u ten minste annuïtair aflossen op uw eigenwoningschuld. Als een betalingsachterstand binnen de geldige termijn wordt ingehaald, gaat de schuld waarvoor de achterstand geldt permanent over naar box 3. Er bestaat dan geen recht meer op renteaftrek binnen de eigenwoningregeling. Deze sanctie is nu met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 verzacht. De schuld die is overgegaan naar box 3 of een nieuwe opvolgende schuld kan hierdoor toch weer als eigenwoningschuld worden aangemerkt als weer aan de aflossingseis is voldaan.

91. Betaal hypotheekrente alvast vooruit

Bereikt u in 2016 de AOW-leeftijd of valt u vanwege een andere reden onder een lager belastingtarief, betaal dan dit jaar nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2016. U bespaart belasting doordat u deze rente dan tegen een hoger tarief aftrekt.

Let op: Als u rente over meer maanden in 2016 wilt aftrekken, staat de fiscus in 2015 alleen de rente over 2015 in aftrek toe.

92. Stel verkoop eigen woning even uit

Bent u van plan om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen en niet direct een nieuwe woning aan te kopen? Wacht daar dan nog even mee tot na 1 januari 2016. Verkoopt u uw woning vóór die datum, dan valt de koopsom namelijk in 2016 in box 3 en telt mee voor de vermogensrendementsheffing. Stel, u verkoopt op 22 december 2015 uw woning voor € 350.000 en er is geen schuld. U moet dan over de verkoopsom in 2016 € 4200 (€ 350.000 x 1,2%) aan inkomstenbelasting betalen. Verkoopt u de woning op bijvoorbeeld 6 januari 2016, dan valt de koopsom pas in 2017 in box 3 – als u het bedrag dan tenminste nog op de bank heeft staan. U realiseert dan een belastinguitstel, en zelfs een belastingafstel voor het gedeelte van de verkoopopbrengst dat u uitgeeft in 2016 (en op
1 januari 2017 dus niet meer op uw bankrekening staat).

93. Verminder box 3-vermogen

Bij de toekenning van de huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget geldt een vermogenstoets. Ook de eigen bijdrage voor Wlz-zorg (voorheen AWBZ) is mede afhankelijk van het vermogen. Het gaat om het vermogen op 1 januari. Het kan daarom raadzaam zijn uw box 3-vermogen voor 1 januari 2016 te verlagen door bijvoorbeeld schenkingen te doen, geen voorlopige belastingteruggaaf aan te vragen of met eigen geld de eigenwoningschuld af te lossen (daar kan wel een vermindering van hypotheekrenteaftrek tegenover staan).

Let op: Bij bepaling van de Wlz-bijdrage wordt gekeken naar uw vermogen van twee jaar geleden. Een verandering in dit vermogen (bijvoorbeeld door nu te schenken) heeft dus pas twee jaar later effect.

94. Los kleine schulden af

Heeft u lage schulden die in box 3 vallen en beschikt u over voldoende vermogen? Dan kunt u er fiscaal voordeel bij hebben om de box 3-schulden af te lossen. Voordat deze schulden namelijk de heffingsgrondslag van box 3 verminderen moet eerst een drempel van € 3000 per partner zijn overschreden (bedrag 2015). Bovendien is de rente op deze kredieten niet aftrekbaar. Fiscaal nadelig dus! Los deze schulden dus zo veel mogelijk af vóór de peildatum van 1 januari 2016.

95. Vermogen verzwegen? Inkeren!

Heeft u over de twee meest recente jaren nog inkomsten, vermogen of een erfenis onterecht niet opgegeven bij de Belastingdienst? Doe dat dan alsnog. Stuurt u het verzoek om gebruik te maken van de inkeerregeling binnen twee jaar nadat u het vermogen heeft verzwegen, dan krijgt u geen boete. Verzoekt u om gebruikmaking van de inkeerregeling na deze twee jaarsperiode, dan bent u wel een boete verschuldigd maar kan de Belastingdienst de verschuldigde boete matigen.

Let op: Als u geen gebruik maakt van de inkeerregeling en vermogen in box 3 verzwijgt, riskeert u een boete van 75% bij ‘grove schuld’, 150% bij opzet en 300% bij ernstige fraude of recidive.

96. Betaal belastingaanslagen

Belastingaanslagen mogen niet als schuld worden aangemerkt voor box 3. Als u belastingaanslagen heeft ontvangen, betaal deze dan vóór 1 januari 2016. Zo voorkomt u dat u over deze bedragen box 3 heffing moet afdragen.

Let op: Er zijn uitzonderingen. U mag bijvoorbeeld erfbelasting die u nog niet heeft betaald, als schuld aangeven in box 3.

97. Schenk vrijgesteld aan kinderen

Doet u nog vóór 1 januari 2016 een schenking aan uw (klein)kinderen, dan kunnen zij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.277 (kinderen, bedrag 2015) of € 2.111 (kleinkinderen, bedrag 2015). Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt daarnaast een eenmalige vrijstelling voor schenkingen van € 25.322 (bedrag 2015) of zelfs € 52.752 als het een schenking voor studie, beroepsopleiding of de eigen woning betreft. Bijvoorbeeld voor de verwerving van een eigen woning of de aflossing van een eigenwoningschuld of restschuld van een vervreemde eigen woning.

98. Denk aan nieuwe regels bij schenkingsplanning

Als u wilt schenken voor de eigen woning, kan het verstandig zijn dat pas na 1 januari 2017 te doen. Vanaf 1 januari 2017 kan iedereen namelijk maximaal € 100.000 schenken aan een ander tussen 18 en 40 jaar zonder dat daarover schenkbelasting is verschuldigd. De beperking dat van een ouder aan een kind moet worden geschonken vervalt dus. Een voorwaarde voor toepassing van deze verhoogde vrijstelling is dat die ander het geschonken bedrag gebruikt voor de eigen woning. Bijvoorbeeld de verwerving van een eigen woning of de aflossing van een eigenwoningschuld.

Let op: De toepassing van de verhoogde vrijstelling wordt beïnvloed als eventueel in een voorgaand jaar al een eenmalig verhoogde vrijstelling werd toegepast.

99. Schenk aan culturele instellingen

Wilt u dit jaar nog extra fiscaal voordelig schenken aan een goed doel? Als u schenkt aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI), dan geniet u meer fiscaal voordeel dan wanneer u schenkt aan een gewone ANBI. Deze gift levert namelijk niet een aftrekpost op van 100% maar van 125% van het geschonken bedrag. De extra aftrek van 25% is echter gemaximeerd op € 1250.

Tip: Als u een eigen bv heeft, kan u aan een culturele instelling schenken via de bv. In dit geval levert het een extra aftrek op in de vennootschapsbelasting van 50% van het bedrag dat de bv heeft geschonken aan culturele instellingen, met een maximum van € 2500.

100. Aftrek monumentenpanden in EU/EER

Heeft u in 2015 onderhoudskosten gemaakt voor een buitenlands monumentenpand? Dan heeft u mogelijk recht op kostenaftrek, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De aftrek in de inkomstenbelasting voor uitgaven voor monumentenpanden was beperkt tot in Nederland gelegen monumenten. Bij besluit van 2 juli 2015 is echter goedgekeurd dat onder voorwaarden de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden openstaat voor monumentenpanden op EU/EER-grondgebied, met ingang van 18 december 2014. Per 2016 wordt de wet hier ook op aangepast.

101. Trek alimentatie in het juiste jaar af

Alimentatie die u moet betalen aan uw ex-echtgenoot vormt een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. Het is wel belangrijk dat u de betaalde alimentatie in het juiste jaar opgeeft in uw aangifte inkomstenbelasting. Alimentaties zijn namelijk alleen aftrekbaar in het jaar waarin zij zijn betaald. De alimentatie moet dit jaar dus op uiterlijk 31 december zijn betaald om deze nog in 2015 in aftrek te kunnen brengen.

Let op: De alimentatieverplichting, dus de schuld aan uw ex-partner voordat u de alimentatie heeft betaald, kunt u niet meenemen als schuld in box 3.

102. Trek kinderalimentatieverplichting af in box 3

De aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen is per 1 januari 2015 al komen te vervallen. Wel kunt u de waarde van een kinderalimentatieverplichting in 2015 en 2016 nog als schuld opvoeren in box 3. Met ingang van 1 januari 2017 is dat niet meer mogelijk.

103. Kom het periodiek verrekenbeding na

Wanneer u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd en daarin is een periodiek verrekenbeding opgenomen, denk er dan aan die afrekening ook over dit jaar nog op te stellen. Wanneer er niet verrekend is, bestaat het risico dat er bij einde huwelijk (door scheiding of overlijden) afgerekend wordt alsof er gemeenschap van goederen was.

104. Betaal uw lijfrentepremie in 2015

Voor personen met een pensioengat kan het sluiten van een (bruto) lijfrentepolis een goede oplossing zijn. De premies betaald voor zo’n regeling zijn in beginsel binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. In eerste instantie is de aftrek van lijfrentepremie beperkt tot de zogenoemde jaarruimte. Bovendien is het van belang dat u de lijfrentepremie die u wilt aftrekken in 2015 ook echt dit jaar nog betaalt.

Let op: Denk eraan dat de maximale aftrek voor premies van (bruto) lijfrenten per 2015 is beperkt. Er geldt namelijk een grens van € 100.000 als maximum inkomen voor de premiegrondslag (verminderd met een bedrag van € 11.936).

105. Profiteer van de afschaffing van de minimumwaarderingsregel

Heeft u in 2010 of later uw lijfrente in de opbouwfase afgekocht of bent u dat van plan? Dan kunt u profiteren van de afschaffing van de minimumwaarderingsregel per 2016. Hierdoor wordt de waarde voor inkomstenbelastingheffing in box 1 niet meer gesteld op de betaalde premies en andere bedragen, maar op de waarde in het economische verkeer. Dit geeft een beter resultaat voor gevallen waarin de waarde van de lijfrente lager is dan het bedrag van eerder in aftrek gebrachte premies.

Let op: Als afkopen zijn gedaan vóór 1 januari 2016, kunt u de Belastingdienst alsnog verzoeken een tegemoetkoming te verlenen. Staat de definitieve aanslag al vast, dan kan dit alleen nog als de vijfjaarstermijn voor ambtshalve vermindering nog niet is verlopen. Voor het jaar 2010 kan dit dus alleen nog in 2015!

Meer weten? Neem contact op met Advocatenkantoor Van Ruyven in Utrecht.


Deel dit artikel

Recente berichten